Landslides in de Himalaya

"Pas op! Gas!" De rechtervoet schiet als een raket op het gaspedaal. Vol gas schiet Miles er vandoor. Zo snel als hij kan, berg op, raast hij vooruit onder de vallende stenen door. De schrik zit er in. Het is 'landslide-time' in Himachal Pradesh, de noordelijke provincie van India. De Westelijke Himalaya begint na de moessontijd te schuiven en dan neemt de natuur het heft weer in handen en zet de mens en zijn verrichtingen weer op zijn plaats.

Na MacLoud Ganj rijden we richting de Kulu Vally. Een groene vallei die bekend staat om zijn appels en het aangename klimaat. Wij gaan, op aanraden van een Engelsman die we in Amaritsar hebben ontmoet, langs bij Jimmy Johnson. Jimmy is een zoon van de laatste sahib die hier een appelgaard runt. Hoewel wij voor hem absolute vreemdelingen zijn, worden we hartelijk ontvangen en krijgen onderdak aangeboden in zijn gastenverblijf. "Vrienden van Robert (de Engelsman in Amaritsar), zijn vrienden van ons", zegt Jimmy. Zijn vrouw houdt er een schooltje op na en nodigt ons uit om de volgende dag een les te komen geven over onze reis.

We kijken elkaar aan en stappen met knikkende knieen uit de auto. Op 3500 meter blokkeert een vrachtauto het smalle pad. Een steen zo groot als een voetbal is midden op het dak van de truckkabine beland. De voorruit is kompleet gebarsten en ligt als stille getuige in duizend stukjes naar de afgrond te kijken. Drie mannen stappen geschrokken uit en plukken de glasresten uit hun haren. "Dangerous", mompelt de chauffeur terwijl hij versuft naar de schade kijkt. We lopen er naar toe en vragen of we kunnen helpen. Het hoeft niet, als we zelf maar voorzichtig zijn als we verder gaan.

"What is this? How does this work?", vragen twintig nieuwsgierige kinderstemmetjes tegelijk, terwijl ze met hun vingertjes onbedwingbaar overal aanzitten. Het is een gekkenhuis rondom Miles. De zesjarige leerlingen van de Tara international school kijken hun ogen uit als ze de gelegenheid krijgen om in Miles te klimmen. Met een oog op de handtastelijke kinderhandjes gericht, beantwoorden we de vragen. Na de praktische rondleiding schuiven we aan bij de Engelse les en Claire mag het lezen van de klok uitleggen. Met eindeloos geduld leert ze de kinderen de principes van de wijzers en de cijfers. Om de les luchtig af te sluiten, nemen we de laptop en laten een verzameling foto's zien. "This is a camel", wijst Leon aan. Daarna roepen ze allemaal in koor: "Camel". Zo gaat de klas verder, in koor roepen ze: "desert, tree, jeep, negro, Leon, Claire, kiss", tot de les afgelopen is.

We glibberen langs de vrachtauto door de modder op weg naar het bergdorp Nako. Claire houdt haar ogen op de helling gericht terwijl Leon het pad volgt. Nog geen bocht verder, zien we links Nako liggen en rechts donderen de rotsen naar beneden. We springen uit de auto en zoeken beschutting onder een overhang. Honderd meter voor ons spuugt een bergtop zijn afval naar beneden op de weg die voor ons ligt. Aan de andere kant zien we een vrachtauto stoppen. Een kleine Suzuki Alto, lijkt zich niets van het gevaar aan te trekken en rijdt richting de blokkade. Er stappen vier mannen uit die naar ons gebaren dat we moeten komen helpen met het verwijderen van de rotsen. Maar aan onze kant, blijven de stenen naar beneden glijden. Wij blijven hier staan! Terwijl de kerels de stenen aan het verslepen zijn, treedt de mist in en we zien helemaal niets meer. We horen het gerommel van vallende stenen, maar weten niet wat er gebeurt. De schrik zit er goed in, als er plots van de tegenovergestelde richting een brommertje aan komt rijden met twee Indiers. Ze stoppen, happen naar lucht en vertellen dat ze door een klein gat zijn gereden dat de mannen van het kleine Altootje hadden vrijgemaakt. Ze zagen niets meer, maar zijn toch onze kant op gekomen. De stenen vielen om hun oren en het pad is nu definitief geblokkeerd, weten ze te vertellen.

 

De kop moet er eerst vanaf, voordat we de kip op de bbq kunnen leggen. We zijn op uitnodiging van de Engels lerares, Basel, onze bbq aan het installeren in haar tuin voor een hapje en een biertje. In het dorpje koop je dan een kip en die moet je dan nog even 'klaarmaken'. "Jullie moeten morgen zeker blijven, dan is er een processie in het dorp en wordt de Godin Shiva langs alle huizen gedragen om de dorpelingen te zegenen", vertelt Basel. Basel is met haar dochter uit Engeland hierheen gekomen om in de vrije natuur haar dochter op te laten groeien. "Wie wil er nu geen tuin van een paar hectare?", vergelijkt ze haar huidige omgeving met het beton van London.
De volgende dag worden we ingezegend door Shiva en rijden we richting het 'Hill station' Manali.

"Wat nu?" Achter ons schuift een Jeep aan. De mannen stappen uit, kijken verschrikt naar boven en besluiten om terug te gaan. "Morgen komt het leger om de weg vrij te maken, het is hier te gevaarlijk om te blijven. Je kunt beter terug gaan naar het dorp en tot morgen wachten", is hun advies. Met elkaars hulp keren we de wagens op het smalle bergpad. Onderweg naar beneden komen we de luchtige vrachtauto weer tegen. De kerels zitten te bibberen in de auto en we gebaren dat ze moeten stoppen. Claire heeft in MacLoud Ganj een nieuwe winterjas gekocht en kan haar oude jas missen. We geven de chauffeur een beetje bescherming tegen de kou en met een glimlach op zijn gezicht stapt hij weer in zijn tochtige truck.

Na Manali wagen we ons naar de grote hoogtes van de Himalaya. Zonder turbo moet Miles passen van 3500 meter en 4600 meter bedwingen. Volgens de kaart loopt er een weg, maar het is meer een verzameling stenen richting Spiti Adembenemend zijn de uitzichten en nierverpletterend zijn de paden. We stuiteren richting de kloosters van Ki en Tabo. Met respect voor het geleverde werk, parkeren we Miles op de parkeerplaats van het klooster in Kaza. We mogen hier blijven staan, gebruik maken van de faciliteiten en thee drinken. Dat komt goed uit, want om verder te mogen moeten we een permit aanvragen en het is zondag. Dus dat wordt een dag wachten/genieten. Die dag ontmoeten we Karin en Jane, twee Engelse meiden die met een gehuurde Toyota met chauffeur en gids op pad zijn.

De volgende morgen, nadat we in het midden van het dorp hebben gekampeerd, proberen we opnieuw naar Nako te gaan. We besluiten om aan de voet van de pas te wachten totdat we auto's van de andere kant zien komen. Het regent nog steeds, dus dat voorspelt weinig goeds.
Er komen geen auto's vanuit Nako naar beneden, maar ondertussen scheuren er aardig wat voertuigen ons voorbij naar boven. De bijrijders gebaren dat we moeten volgen. "Dat kan niet goed zijn", waarschuwt Claire nog. "Zij zetten vast de passagiers af voor de blokkade en dan lopen ze naar de andere kant", zegt Claire bedenkelijk. We besluiten toch naar boven te rijden. Als we halverwege zijn, zien we drie vrachtauto's langs de weg geparkeerd. "De weg is nog steeds geblokkeerd", beantwoorden de truckers onze vragen. "Maar kom gerust een hapje eten in onze vrachtauto". De stoelen in de kabine zijn neergeklapt, zodat er een soort plateau is ontstaan, waar vier kerels vrolijk zitten te kletsen, terwijl een ander een dieselbrander aan het bedienen is. Wij halen nog wat knoflook, uien en tomaten uit onze auto en schuiven aan voor een heerlijk maal.

Karin en Jane vertellen dat ze het dorpje Comic gaan bezoeken. Dit schijnt het hoogst gelegen dorp ter wereld te zijn met elektriciteit. We vragen of wij mee mogen en dat is geen probleem. Het blijkt een helse klim en wij zijn blij dat we Miles dit niet hebben aangedaan. De Toyota schommelt met hoge snelheid van de ene haarspeldbocht naar de andere. Iedereen zit een beetje te kletsen, terwijl Leon en Claire zeeziek aan het worden zijn van de snelheid en de veerring van de moderne racewagen. Na een bezoek aan het klooster van Comic vragen wij of ze ons even willen afzetten en op de terugweg weer willen oppikken. We gaan op het gras liggen en genieten van het uitzicht op 4800 meter. Die moderne auto's, dat is niets voor ons, geef ons maar de rustige snelheid en het harde gestuiter van Miles!

Na de heerlijke maaltijd, gaan we op verkenning. We lopen tot het punt waar we de dag ervoor zijn gekeerd. De versperring is nu een heuse landslide geworden. De hele weg is weggevaagd en dit ziet er niet best uit. We lopen met de moed in onze schoenen terug naar Miles en gaan maar Sudoko spelen. Als de regen zijn laatste drup op de berg gelegd heeft, komt het leger met vier trucks de berg op rijden. Hopelijk schiet het nu op. Tegen de avond horen een ontzettende explosie en daalt er een stofwolk over Miles neer. Dat was vast de blokkade die opgeblazen is. Drie uur later wagen we ons over de nieuw geblazen weg. Het nieuwe pad is breed genoeg voor een voertuig, maar iedereen wil zo snel mogelijk naar de overkant. En de voertuigen aan de overkant, willen zo snel mogelijk naar onze kant. Ra ra, hoe loopt dat af?

Na ons schommelavontuur door de bergen, gaan we de volgende dag van hot naar her om het stempeltje te krijgen om verder te kunnen. Een halve dag, veel gevloek en gewandel verder hebben we toestemming om door te rijden. Via het Boedhistische klooster van Tabo, dat op de lijst van werelderfgoed staat, gaan we naar Nako.

Denk je dat een landslide gevaarlijk is, dan moet je even wachten tot er twintig truckers tegelijkertijd proberen over het nieuwe pad beide kanten op te gaan. Gelukkig rijden wij aan de linkerkant, de bergkant. De truckers gebaren wild dat wij rechts moeten passeren. Claire en ik steken op het zelfde moment de middelvinger op en blijven mooi staan. "Als jij verder wilt, moet je naar achteren of rechts passeren, vriend", roept Leon in het Nederlands. De chauffeur wordt witheet en druk zijn vrachtwagen langs de Land Rover. Dat was maar net. Met dit soort hachelijke momenten komen we in Nako. We zetten de auto voor een guesthouse en vallen in Miles in een diepe slaap.

Onderweg naar Shimla moeten we nog drie dagen langs de weg wachten op het verwijderen van diverse landslides. Als we eindelijk in Shimla aankomen, wanen we ons in Engeland met kerst. Dit koloniaal ingerichte Hill station heeft nog het uiterlijk van een Engels dorp met alle sfeer die erbij hoort. We genieten van de rust en sfeer om de volgende dag door te rijden naar Rishikesh. Het paradijs voor raften en yoga.

In Rishikesh mogen we in de tuin van een restaurant kamperen. Met uitzicht op de Ganges. We blijven hier even staan om te genieten van het stadjes, yoga en raften.