Zonsondergang in de Himalaya

Pokhara, de plek waar iedereen naar toe gaat om te wandelen. Het legendarische Annapurna- circuit ligt geduldig te wachten op de vele trekkers die twee weken rondom de achtduizend meter berg gaan wandelen Bij gebrek aan energie en motivatie, een jaar stilzitten in de auto, slaan we het wandelen maar eens over. Ieder zijn eigen plezier, zullen we maar zeggen.

Maar nu we toch in Nepal zijn, willen wij net als al de andere toeristen de witte toppen van het dak van de wereld zien. De dag dat we Pokhara binnenrijden is de hemel bedekt met wolken. Geen berg te zien. Na zes dagen wachten op de witte pieken, verdrijft de zon de wolken om vier uur ’s middags. De dag voor ons vertrek. Door de vele ritten rondom Pokhara kennen we het mannetje die brommertjes verhuurd al redelijk. Als we aan komen rennen heeft hij onze een pitter al klaar staan. We hebben precies een half uur om de Sarangkotberg op te racen voor de zon is onder gaat. Vanaf deze berg kun je de gehele Annapurna mountain range zien liggen. We kennen onze 125 cc vriend inmiddels en weten dat we hem om de havenklap moeten aanduwen. Claire begint al buiten proportionele kuiten te ontwikkelen van het aanduwen en Leon kan zich ondertussen slalom kampioen in de stad van Nepal noemen.

We racen naar boven. Vol gas laten we, de wandelaars die de Sarangkot ook voor zonsondergang willen beklimmen, in onze rookwolk achter. We horen luid gekuch, gevloek en getier als onze oliewalm de wandelaars van de nodige adem beneemt. Als we achterom kijken zien ze waarom ze protesteren en moeten we erg lachen om de blauwe wolk die we achter ons aan trekken. Met hoge snelheid razen we door de s-bochten en dorpjes naar boven. Een race tegen de zonsondergang.
Kunnen we die winnen?
We komen ver voor de andere toeristen boven op de berg en kunnen samen van het uitzicht genieten.

Met een knipoog naar onze tweewieler zien we de laatste zonnestralen op de berg verdwijnen. We zijn blij dat we een brommertje hebben gehuurd om in twintig minuten 1500 meter te klimmen. De wandelaars doen er ongeveer vijf uur over! Het zeker de moeite waard, maar nu begint de race tegen de klok om voor het duister weer beneden te zijn. De motor heeft wel lampen, maar geen licht! De wandelaars zijn al vertrokken als wij onze kickstart een flinke trap geven. Al snel halen we de tweevoeters in. Wat een goed plan om snel met de motor naar boven en beneden te crossen. We gaan met een gemiddelde snelheid van veertig kilometer per uur naar beneden. Tot Leon zegt:“Claire”. “Ja lieverd.” “Ik geloof dat we moeten gaan springen. Ik knijp alle remmen vol in en er gebeurt niets!” Met angst in onze ogen zien we de volgende bocht al snel op ons afkomen. We zetten beide onze plastieken slippers in het asfalt en proberen enkele kilometers van de snelheid af te halen, om de bocht alsnog te kunnen halen. Het lijkt te lukken, de snelheid neemt af evenals de dikte van onze zolen.

Maar zelfs de Teva slippers zijn niet in staat om het onvermijdelijke te keren: een verkenning van de lokale struikgewassen! Als we ons brommertje uit de struiken trekken komt er een groep wandelaars voorbij. Wie lacht er nu het laatst? Gelukkig lachen we met ze mee en starten ons scheurmobiel. Stapvoets met bijremmen op zijn Flintstones rollen we naar beneden. In het donker rijden we met een richtingaanwijzer constant aan door de duistere stad. De stroom is uitgevallen. We besluiten om dicht achter een brommer met licht weer terug te rijden. Als we ons brommertje voor de laatste keer inleveren kunnen we het niet laten om de verhuurder toch een tip te geven. “Misschien moet je toch even de remmen nakijken, voordat je hem aan een oud dammetje verhuurt!” En we verlaten Pokhara in onze vertrouwde vierwieler met trommelremmen die werken.